Provinciale Economische Verkenning



 
 
  De Provinciale Economische Verkenning (PEV) is een periodiek onderzoek dat inzicht verschaft in de economische ontwikkeling van Gelderland. Naast een analyse van de recente omtwikkelingen bevat de PEV een vooruitblik op de komende periode. In dat opzicht kan de verkenning worden gezien als een regionale aanvulling op het de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. De Gelderse prognoses zijn opgesteld door het Bureau Economisch Onderzoek van de provincie Gelderland. De landelijke ramingen zijn ontleend aan de verkenningen van het CPB.




Stand van de conjunctuur
Na zeven magere jaren groeit de Nederlandse economie weer over een breed front en staan bijna alle signalen op groen. Maar uit de stand van de Gelderse conjunctuurČindicatoren wordt ook duidelijk dat de economische situatie nog ver verwijderd is van het punt van vlak voor de recessie begin 2008. Het huidige herstel is nog te kort om de vergaande gevolgen van de langdurige laagconjunctuur op te vangen. Zo gingen er in de jaren 2013/2014 ruim 24.000 Gelderse banen verloren. Intussen is een keerpunt bereikt en was begin 2015 de Gelderse werkgelegenheid weer een fractie hoger dan het jaar daarvoor. De werkloosheid liep in de afgelopen jaren op van 3,6% in 2008 naar een dieptepunt in in 2014 van 7,0%. Doordat de banengroei maar traag op gang komt is de invloed op de werkloosheid nog gering. Het huidige werkloosheidspercentage voor Gelderland bedraagt naar naar schatting 6,6% tegen 7% voor Nederland.

Verwachtingen 2016-2020
Gemiddeld over de hele prognoseperiode wordt de groei van het Gelderse BBP geraamd op 1,6% per jaar. Dit ligt nog ver onder het langetermijngemiddelde van voor de crisis (2,6% economische groei per jaar). Bij de banengroei wordt dit niveau ook nog niet gehaald en zal de toename beperkt blijven tot gemiddeld 0,9% per jaar tegen een langetermijngemiddelde van voor de crisis van 2%. Als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd zal het arbeidsaanbod ondanks de toenemende vergrijzing en de afnemende bevolkingsgroei toch nog stijgen met 0,4% per jaar (door een snellere demografische groei is de Nederlandse groei van het arbeidsaanbod aanzienlijk hoger en wordt geraamd op 0,7%). De verwachte Gelderse werkgelegenheidsgroei overtreft weliswaar de groei van de beroepsbevolking, maar per saldo is de banencreatie toch niet voldoende om het huidige aantal werklozen aan een baan te helpen. Voor de komende jaren moet dan ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat deze situatie – net zo als in Nederland - maar weinig zal verbeteren en dat de Gelderse werkloosheid in 2020 nog steeds om en nabij de 6% zal bedragen.

Provinciale benchmark
Afgemeten aan de vier belangrijkste economische grootheden (BBP, inkomen, werkgelegenheid en werkloosheid) is bekeken hoe de Geldese economie presteert ten opzichte van de andere provincies. Daaruit komt naar voren dat de Gelderse werkloosheid naar verhouding laag is. Bij de overige drie grootheden beweegt de Gelderse positie zich tussen middelmatig en goede middenmoter. Over het geheel genomen luidt de conclusie dat Gelderland in de rangorde van provincies gemiddeld is en dat de economische positie en ontwikkeling vrijwel steeds volgens het Nederlandse patroon verloopt. Wordt ingezoomd naar regio’s dan treden echter forse verschillen aan de dag.

Regionale Dynamiek
Wanneer de economische groei die de Gelderse regio’s in de afgelopen twee decennia hebben gerealiseerd wordt afgezet tegen die van alle Nederlandse regio’s (40 in getal), dan blijkt dat Zuidwest-Gelderland de vierde groeiregio van Nederland was. Ook de Veluwe scoort met een tiende plaats hoog. De Achterhoek staat op plaats 26, Arnhem/Nijmegen ten slotte kende een relatief matige groei en staat op de negende plaats van onderen. Een globale groeikrachtanalyse laat zien dat de oorzaak van de bescheiden positie van Arnhem/Nijmegen niet gezocht kan worden in de sectorstructuur. Arnhem/Nijmegen realiseerde over de totale periode gemeten 22% minder economische groei dan op grond van de sectorstructuur verwacht mocht worden. Zuidwest-Gelderland kende daarentegen op vrijwel alle fronten een betere ontwikkeling en heeft 25% meer groei gerealiseerd. Overigens is de banengroei in Arnhem/Nijmegen niet achter gebleven bij Nederland en Gelderland.

Bevolkingsgroei en banengroei in relatie tot de mate van verstedelijking
Zowel in de politiek als in de ruimtelijk-economische wetenschappen staan steden en het daarmee samenhangende begrip ‘agglomeratievoordelen’ in het centrum van de belangstelling. Daarbij is een stroming te onderkennen die sterk de nadruk legt op de potenties van de stad en een richting die juist meer betekenis toekent aan de vervlechting tussen (kleine) stedelijke agglomeraties en hun ommeland. In het licht van deze discussie is de Gelderse ontwikkeling ontrafeld naar de mate van stedelijkheid. Daarbij is gebleken dat de bevolkingsgroei tussen 1996 en 2015 in de sterk stedelijke gemeenten bijna driemaal zo hoog was als in de niet-stedelijke gemeenten. Bij de banengroei is er daarentegen maar weinig ontwikkelingsverschil. Niet-, weinig- en sterk stedelijke gemeenten kenden sinds 1996 alle een banengroei van om en nabij de 25%.





Downloads

Hoofdrapport:

Provinciale Economische Verkenning (pdf)


Databestand (Nederland, Gelderland, Gelderse regio's en gemeenten):

databestand (xls)




Archief

   
PEV 2013-2018
   
PEV 2012-2015
   
PEV 2010-2015
   
PEV 2009-2013
   
PEV 2008-2012
 
PEV 2007-2011
   
PEV 2003-2007
   
PEV 2000-2001
   
 
...